In Between – professionals waar kerken mee verder komen


Een netwerk van gespecialiseerde predikanten en kerkelijk werkers. Gemeenteopbouw is hun vak. Ze gaan tijdelijk bij u aan de slag. Vakkundig.  Neem nu contact op met In Between, voor een gratis kennismakingsgesprek. Of lees en volg hieronder de weblog met maandelijks een actueel verhaal van onze leden.

Advertenties
Geplaatst in pkn, predikant | Een reactie plaatsen

Interim-predikant: betrokken buitenstaander


Waar veranderingen plaatsvinden binnen de kerk kan de inzet van een interim-predikant gewenst zijn. Maar hoe werkt dat, interimpredikant zijn? Een praktijkverhaal.

Kader – Sinds kort werk ik 16 uur per week voor de periode van 12 maanden ergens in Nederland waar twee gemeenten gefuseerd zijn. Eén van de gemeenten in de fusie is vacant, in de andere gemeente werkt een collega. Via het mobiliteitsbureau van de Protestantse Kerk is een interim-predikant aangezocht. De opdracht is begeleiding rond deze fusie op bestuurlijk en OLYMPUS DIGITAL CAMERApastoraal vlak. Daarnaast ga ik een keer per maand voor in deze gemeente.

 

Taak en rollen

Een interim-predikant is geen tijdelijke gemeentepredikant. Eén van de eerste afspraken ging over de afbakening van mijn takenpakket en de formulering van de opdracht. Dit betekent concreet dat ik een uitvaart of catechese niet zal gaan doen. Dat is voor mij wennen: tot voor kort was ik gemeentepredikant en deed ik dit werk gewoon. Het was ook voor de kerkenraad en gemeente wennen. Met een interim-predikant haal je andere deskundigheid in huis én een beperking qua uren. Het helpt mij om de onderscheiden rollen van de interim-predikant als leidraad te gebruiken. Dat zijn er drie: overbruggen, begeleiden van veranderingen en reconstrueren, zo leerde ik bij de opleiding tot interim-predikant. Al werkend in de praktijk ontdek ik dat deze rollen in elkaar grijpen. Hoe goed gedocumenteerd je vooraf ook bent, met hoeveel mensen je ook spreekt, gaandeweg ontdek je de ‘olifantenpaadjes’ in de gemeente: dat wat altijd zo gaat (of niet), de ongeschreven regels, de verwachtingen en teleurstellingen van mensen. In alle contacten en vergadercircuits is werk te doen in deze drie rollen, en dat is af en toe best ingewikkeld.

 

Interim & predikant – Het woord ‘interim’ associeert men vaak met het stereotype beeld van de niets en niemand ontziende interimmanager die orde op zaken komt stellen en vervolgens vertrekt. Ik sta voor de combinatie van interim en predikant: ik doe dit werk als predikant. De taal en traditie van Bijbel, theologie en kerk zet ik in waar dat nuttig en nodig is, het is ook mijn motivatie om dit type werk te doen. Daarnaast zitten in mijn gereedschapskist kennis en vaardigheden op het gebied van procesbegeleiding, gespreksvoering en meer.

Graag maak ik het volgende onderscheid: de interim-predikant zal in eerste instantie iets meer gericht zijn op de zaak, en daarin met enige distantie opereren. Van daaruit zal zij werkrelaties aangaan in de gemeente. Een gemeentepredikant verbindt zich aan een gemeente, en zal vanuit deze verbinding inzetten op nabijheid en de benodigde distantie aanhouden.

Positie – Kerkordelijk is mijn positie ‘adviseur van de kerkenraad’. Dit geeft mij de vrijheid om zaken aan de orde te stellen die gevoelig liggen. Ik neem deze ruimte en leg direct óók de verantwoordelijkheid bij de gemeente om dit op te pakken. Het gaat om de toekomst van deze gemeente, met de eigen geschiedenis van hoogte- en dieptepunten. Dit geeft ook gelijk een zwakte van het interim-predikantschap aan: hoewel een jaar een behoorlijke tussentijd is, is het per definitie tijdelijk. Het kan heel goed gebeuren dat er ‘ja’ gezegd wordt tegen een advies en dat later blijkt dat men toch ‘nee’ doet. Dat is één van de frustrerende aspecten waar je als interim-predikant tegen moet kunnen.

Alida Groeneveld is interim-predikant en voorzitter van ‘In Between’, netwerk van interim-predikanten.

Met toe
stemming overgenomen van ‘Woord & Dienst’ januari 2017.

Geplaatst in geloof, gemeenteopbouw, interim-predikant, interimpredikant, leiderschap, pkn, predikant | Een reactie plaatsen

Kan een interimpredikant consulent zijn?


(blog van Klaas de Jong)

De interimpredikant is een beetje een vreemde figuur. In de kerkorde van de Protestantse Kerk is hij niet terug te vinden. Het is daarom goed eerst op een rijtje te zetten wie zich interimpredikant (mogen) noemen en vervolgens in welke rechtsverhouding zij tot een gemeente kunnen staan. Tot slot komt dan de vraag aan de orde of de interimpredikant consulent kan zijn en wat daar voor en tegen is.

De kwalificatie en de aanstelling

Het is in de Protestantse Kerk gemeengoed geworden. ‘Wij hebben een interimpredikant.’ Maar in de praktijk kan dit heel verschillende dingen betekenen. Ik zou er voor willen opteren om de titel voor te behouden aan degenen die de opleiding interimpredikant met goed gevolg hebben afgelegd (PAO aan de PThU). Dat zijn er in de loop van drie cursussen een stuk of vijftig. De kring kan ook nog wat anders en deels enger getrokken worden: de leden van ‘In Between. Netwerk van interimpastores‘.  Anders: ook voorgangers die op andere wijze hun sporen verdiend hebben in het kerkelijk interimwerk kunnen als lid van deze groep worden toegelaten. Enger: bij In Between moet de eenmaal verworven kennis ook worden bij gehouden. Dat is op dit moment nog geen harde voorwaarde, maar daar gaat het waarschijnlijk wel van komen. Alleen zo kan de kwaliteit worden gewaarborgd. De inzet van een interimpredikant is in het bijzonder aan de orde in situaties van rouw, conflict en het ontwikkelen van nieuw beleid.

In de kerk afficheren ook predikanten die tijdelijk ergens de klassieke predikantswerkzaamheden verrichten zich nog wel eens als interimpredikant. Of ze krijgen die titel aangemeten. Dat is dus wat anders. Nu is het heel goed denkbaar dat een interimpredikant ook die klassieke taken op zich neemt, maar in beginsel altijd met een van de genoemde bijzondere taken/doelen.

De gekwalificeerde interimpredikant kan op verschillende manieren worden aangesteld. In de eerste plaats is er via de landelijke kerk een tiental interimmers predikant in algemene dienst. Zij hebben een arbeidsovereenkomst met de dienstenorganisatie en worden vandaar uit gedetacheerd. Daarnaast zijn er ook gemeentepredikanten die vanuit hun gemeente met een interimopdracht naar een andere gemeente worden gedetacheerd (onder de titel hulpdiensten, PKO ord. 3-24-3). Verder zijn er nog tal van andere vormen denkbaar. Sommigen rekenen een eigen uurtarief (al staat dat m.i. op gespannen voet met de PKO Generale Regeling Rechtspositie Predikanten, art. 40a lid 1). Enzovoort.

De interimpredikant als consulent: voor- en nadelen

In mijn opvatting kan de interimpredikant consulent zijn. In het verleden kwam de consulent uit dezelfde gemeente, ring of classis. In de Protestantse Kerk ligt dat anders. Het kan ook een predikant van verder weg zijn, of een emeritus (vgl. Vd Heuvel 2013, p. 187). Het is overigens wel goed te bedenken dat in alle gevallen de werkgemeenschap de consulent aanwijst (PKO ord.  4-18-2, laatste aandachtstreepje; of ook een ringverband, zie PKO ord. 4-17-2, als dat er is, gaat dat voor). Het is dus in theorie mogelijk dat de gemeente de voorkeur geeft aan een ander dan degene die de werkgemeenschap aanwijst. In de praktijk zal de werkgemeenschap kiezen voor een oplossing waar de gemeente mee geholpen is. Waar voorheen in de Hervormde Kerk vrij forse vergoedingen verbonden waren aan het consulentschap, onafhankelijk van de feitelijk verrichte werkzaamheden, is de minimuminzet in de Protestantse Kerk om niet (vgl. PKO ord. 4-12-6). Om het geld hoeft niemand het meer te willen.

Er zijn voor- en nadelen om de interimpredikant consulent te laten zijn. Een voordeel is dat de interim voorzitter van de kerkenraad kan zijn, met de bijbehorende bevoegdheden (PKO ord. 4-12-4). Dat kan in spanningsvolle bepaalde situaties nog wel eens een voordeel zijn. Anders dan in het bedrijfsleven bij interimmers nog wel eens het geval is, heeft de interimpredikant nauwelijks eigenstandige bevoegdheden. Het voorzitterschap van de kerkenraad is dan net een ‘tool’ die goed van pas kan komen. Tegelijk zit daar ook een nadeel. De consulent hóeft geen voorzitter te zijn. Maar als hij het is, verliest hij daarmee tegelijk wel enige distantie die in interimsituaties nu net zo heilzaam kan zijn.  Een ander voordeel is betrekkelijk: de consulent wordt uitgenodigd voor kerkenraadsvergaderingen en heeft daarin een adviserende taak. Dat zal echter voor de interim die geen consulent is niet wezenlijk anders zijn. Waarom heeft de kerkenraad hem anders aangezocht? Voor deze kanten van het takenpakket hoeft de interimmer op zich geen consulent te zijn. Een volgend voordeel is dat voor het beroepingswerk de betrokkenheid van een consulent noodzakelijk is. Als er een interim aan het werk is en beroepingswerk aan de orde, dan ligt de inzet van die interim bij het beroepingswerk voor de hand. Het voorkomt bovendien lastige driehoekssituaties tussen gemeente, consulent en interimmer. Maar ook hier raken we de grenzen van het interimpredikantschap. Soms blijft de interimmer betrokken totdat een nieuwe predikant beroepen is – als dat aan de orde is – maar soms is daar helemaal geen noodzaak toe. Dan kan de gemeente na de inzet van de interimmer weer prima zelf verder en is alsnog een ander als consulent nodig voor de begeleiding van het beroepingswerk. In zo’n geval is het misschien wel goed dat de interimmer zijn tijdelijke aanwezigheid onderstreept door geen consulent te worden, terwijl in het consulentschap (van een ander) de continuïteit gestalte krijgt.

Overgenomen uit http://blog.kerkenrecht.nl/2015/10/29/kan-een-interimpredikant-consulent-zijn/

Een blog van Klaas de Jong / 

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Interview in Trouw (28-4-2015) met Joris Luyendijk


STEVO AKKERMAN
Joris Luyendijk onderzocht in Londen hoe de mannen en vrouwen van het grote geld leven en denken. Ze schakelen de moraal gewoon uit, is zijn conclusie. Maar let op: ‘In Nederland gebeurt precies hetzelfde, en niet alleen bij de banken.’

Zijn boek is een verslag van antropologisch veldwerk in de City, het financiële centrum van Londen, maar nu hij door Nederland trekt en lezingen geeft in alle hoeken en gaten, hoort Joris Luyendijk overal hetzelfde: Wat u beschrijft, gebeurt bij ons ook. De bezieling is verbannen uit ons werk, de waarde ervan gaat verloren, alles wat overblijft zijn meetbare doelen, cijfers, rendementen, targets. ‘Dit kan niet waar zijn’ staat op nummer één in de boeken toptien, niet omdat het over Londen gaat, maar omdat het over ons gaat: de City is overal.

Luyendijk: “Ik kom in plaatsen als Oss en Terneuzen en Schagen, ik ontmoet heel gewone mensen, en die zeggen: in mijn ziekenhuis gaat het net zo, of op school, of in een bedrijf. De waarde van het werk wordt niet meer bepaald door het nut ervan, maar door de cijfermatige output. Neem de publieke omroep. Voorheen luidde de opdracht aan een programmamaker: volg wat er gaande is in de wereld en maak daarover een uur goede televisie. Nu: je moet 17 procent binnenhalen van de mensen in de leeftijdscategorie 25 tot 40 in het tijdslot van 21.05 tot 22.00 uur. En dat is de publieke omroep. Maar wanneer hebben we daarvoor gekozen, wanneer hebben we in verkiezingen gezegd dat we deze amorele koers willen volgen?”

De bankiers leven in een amoreel universum, schreef u al, en nu blijkt dat in andere sectoren ook het geval?
“Veel mensen doen het gewoon zonder moraal, die zijn conformistisch en staan liever niet stil bij dit soort kwesties. Anderen compartiseren het: ze hebben wel degelijk een moraal, maar niet op het werk. Ik heb in de City mensen ontmoet die diep religieus waren, maar de waarden van hun kerk, synagoge of moskee volledig buiten beschouwing lieten bij hun professionele handelen. Dan waren ze bij wijze van spreken soldaten, dan droegen ze een bankiersuniform en deden ze dingen die ze anders nooit zouden doen. Daar voelden ze zich happy bij. Topman Blankfein van Goldman Sachs wees op de rol van banken in de economie en zei: We’re doing God’s work. Iemand moet de zwakke dieren opruimen. Banken die niet goed functioneren, verdienen het te sneuvelen.”

Maar dan breekt de moraal toch weer in, misschien niet in het dagelijks handelen, maar wel in het uiteindelijke doel daarvan. Het amorele handelen krijgt een morele betekenis.
“Ja, en ik denk dat daar de echte botsing plaatsvindt. Buitenstaanders zien dat het amorele systeem leidt tot immorele uitkomsten, maar zij hebben tijdens hun studie economie, zeker als dat aan een Angelsaksische topuniversiteit was, geleerd dat het resultaat van hun werk toch moreel is omdat het bijdraagt aan economische groei. En dat is waar het allemaal om draait. Dat is hun dogma. Daarin zijn ze heel kwetsbaar, want als dat dogma niet klopt, als het leven níet draait om het vergaren van almaar meer spullen, vervalt de rechtvaardiging van hun amorele systeem.”

Waarom gebruikt u het woord amoreel en niet immoreel?
“In de eerste plaats omdat men dat in de City zelf doet. Daar is het een compleet gangbare term. Maar ook omdat er verschil is. The Wolf of Wall Street, van de film, is een makelaar die aandelen in niet bestaande bedrijven verkoopt. Dat is immoreel, crimineel gedrag: de wet zegt 120, hij gaat 180. Amoreel is: ik ga 120, er staat ook 120 op de borden, maar ik zit wel in een woonwijk.”

Dat lijkt me ook immoreel.
“Het gedrag is amoreel, de uitkomst immoreel.”

Ook al staat er 120 op de borden, als je mensen in gevaar brengt, moet je wel remmen. Ook binnen de grenzen van de wet heb je toch een eigen verantwoordelijkheid?
“Ethiek is inderdaad datgene wat voorbij de regels ligt. Misschien is ‘amoreel’ een onvolkomen term, maar toch brengt die ons verder als we willen begrijpen hoe het er in de financiële wereld aan toe gaat. Kijk naar het interview van Coen Verbraak met voormalig ABN Amro-topman Rijkman Groenink, die vindt oprecht dat hij recht had op de miljoenen die hij meekreeg. Omdat het volgens de regels was. Of president-commissaris Van Slingelandt die de Tweede Kamer toespreekt als een kind dat het almaar niet snapt. Omdat alles binnen de wet viel.”

Intussen voelen mensen, binnen of buiten de financiële sector, zich gedwongen mee te gaan. Supermarkten knijpen leveranciers af, opdrachtgevers betalen freelancers onvoldoende, zorginstellingen hanteren de stopwatch – degenen die dat uitvoeren, hebben waarschijnlijk het gevoel dat ze geen keuze hebben.
“Een man in Terneuzen zei: Ik begon ooit als leraar omdat ik kinderen iets mee wilde geven, op een school met negentien leerlingen, waar ik op de fiets naar toe ging. Nu ben ik een uur aan het carpoolen met drie collega’s om in Middelburg les te geven op een school van 2500 man. Iedere ochtend komen we schuimend van boosheid uit de auto en vragen we: wie wilde dit? Wanneer is hier voor gekozen? Zo’n man is inderdaad machteloos. Daarachter ligt de fundamentele vraag: zijn wij een gemeenschap, waarin we ook kunnen spreken over dingen als kwaliteit, schoonheid en rechtvaardigheid, of zijn wij puur een arena van productie en consumptie?”

We missen volgens u een gedeelde moraal, maar ja: een moraal laat zich niet afdwingen.
“Dat is het probleem. De moraal is verdacht geworden. Er wordt nog maar over één ding gemoraliseerd en dat is dat we vooral niet mogen moraliseren. Maar de afwezigheid van het gesprek over wie we willen zijn, leidt tot versplintering. Dat gesprek is verstomd omdat we heel erg ziek waren van wat 2000 jaar christendom had opgelegd, met name het soort christendom dat wij hier hadden. Dat was een instrument om vrouwen, homo’s en anderen hun rechten te ontnemen – alsjeblieft, daar moeten we niet naar terug. Maar we moeten wel een permanent gesprek hebben over wat voor gemeenschap we willen zijn.”

De politiek werkt ook niet mee: VVD’ers, PvdA’ers en D66’ers missen het begrippenapparaat om hierover te spreken, hebt u eerder gezegd.
“Ze zijn er wel, maar het zijn er niet veel. En ze vormen een minderheid binnen hun eigen partij. Zoals Pieter Omtzigt – als hij leider was van het CDA, dan hadden we een heel andere partij. Veel mensen in de politiek zijn net zo gefrustreerd als het publiek bij mijn lezingen, maar ze komen er bij hun partij niet meer tussen. Ze worden niet uitgenodigd bij de praatprogramma’s en de Haagse journalistiek laat hen links liggen, want die opereert ook in een amoreel kader: het is beter voor de kijkcijfers met een microfoon heen en weer te rennen tussen ruziënde mensen dan proberen uit te leggen hoe ons zorgsysteem in elkaar zit.”

Bij de SP, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zijn ze het vast helemaal met u eens.
“Dat is waar, maar dat zijn zijlijn-partijen. Die spatten uit elkaar als ze compromissen moeten sluiten om te kunnen meeregeren.”

Waar halen we overigens de waarden vandaan die besproken zouden moeten worden?
“Goede vraag. Het fundamentele van alle waardensystemen is altijd geweest: wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. In het amorele systeem vraagt niemand zich af of hij zelf het derivaat zou kopen dat hij anderen aanbiedt. Zolang het maar mag van de wet.”

Amoreel of niet, de bankiers in uw boek noemen hun werk soul-destroying – het vernietigt hun ziel. Dat duidt toch op een besef van het immateriële.
“Dat is zo. Het interessante is: probeer een ziel maar eens in een target te vangen.”

Dit raakt aan wat u schrijft aan het einde van uw boek: dat er in de City een taboe rust op de dood. Deze mensen gaan de vraag uit de weg hoe ze de beperkte jaren van hun leven willen besteden?
“Ja, en daar is de cirkel rond. Want ze kijken dus op een amorele wijze naar hun eigen leven. Ze brengen de kwaliteit van hun leven terug tot meetbare kenmerken. Targets. Salaris, bonus, huis, auto. En bijna allemaal zeggen ze: dit is tijdelijk, straks ga ik een documentaire maken, een ngo beginnen, een zaak opzetten, een boek schrijven. Daarom zeg ik: we moeten ze knuffelen. Want ze leiden tragische levens.”

Stevo Akkerman – 19u56

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ruzie in de kerk? tussen rottig en nuttig!


kerk onder waterWaar mensen zijn, zijn op z’n tijd conflicten. We zijn het nu eenmaal niet altijd met elkaar eens. We zien ieder op onze eigen manier de werkelijkheid. We hebben soms verschillende belangen en posities. Dan krijg je dat. Dat conflicten in kerken voorkomen is daarom ook onvermijdelijk. Kerken zijn mensenwerk. Dus ook in kerken zijn op z’n tijd conflicten. Toch is het vaak jammer als zo’n conflict er is. Het liefst zou je allemaal in vrede met elkaar samenleven. Het ideaal is: vergeven, elkaar in wijsheid terechtwijzen, mezelf minder achten dan de ander. Maar dat ideaal wordt soms niet gehaald. Dan staan mensen met kille harten en hete hoofden tegenover elkaar. Ook in de kerk. Rottig. “Dit is toch niet christelijk”, hoor je dan zeggen. Maar als het niet christelijk is, wat is het dan wel?

De amerikaanse theologe Penny Becker bestudeerde conflicten in 23 kerken rond Chicago. Wat zij ontdekte was dat in het rottige van het conflict misschien ook iets nuttigs steekt. Wat zij namelijk zag is dat ieder conflict te maken heeft met de manier waarop een kerk in elkaar steekt. Elke kerk vindt dat er een bepaalde kerntaak is. En die kerntaak, die is nauw verbonden met het soort conflict dat typisch in die ene kerk kan ontstaan. Er zijn er vier. Vier soorten conflicten. Elke soort conflict heeft direct te maken met een soort opvatting over “dit is onze kerntaak”.

Zij zag bijvoorbeeld kerken die zeiden “wij zijn er voor de aanbidding, en we willen onze mensen helpen om zich geestelijk te ontwikkelen”. Als er in zulke kerken conflicten ontstonden, dan gingen die over geld, of over veranderingen in de eredienst en liturgische muziek. Iedereen die wat van kerken weet, weet ook hoe heftig zoiets kan zijn.

Ze zag ook kerken die hun familie-achtige verbondenheid met elkaar voorop stellen. Alle leden horen bij elkaar en beslissen samen over hoe “we” het doen. Ruzie in dat type kerk gaat vooral over buitenstaanders. Dat kan de predikant of pastor zijn. Dat kunnen nieuwe leden zijn. Mensen die zomaar met een nieuw idee komen. Dan ontstaat bonje.

fear_faith amalia caputoDaarnaast zag ze kerken die open en uitnodigend willen zijn. Er wordt aan gemeenschapszin gewerkt. Geloof moet betekenisvol zijn voor individuele leden. Veranderingen worden normaal gevonden. Toch komen ook hier ruzies voor. Die gaan meestal over hoe de kerk z’n aanpak betekenisvoller en relevanter moet maken. Of er is onenigheid over maatschappelijke kwesties.

Tot slot zijn er de kerken die zichtbaar willen zijn in de lokale samenleving, die een predikant of pastor hebben die “naar buiten treedt”. Ruzies gaan in dat soort kerken vaak over de “juiste” positie van een kerk in de woonplaats, of over de beste aanpak waarmee de kerk invloed houdt.

Het bovenstaande betekent niet dat “iedere kerk het conflict krijgt dat ze verdient”. Dat hoor je wel eens. Maar is weer zo fatalistisch. Er is wel degelijk iets aan te doen. Dat een conflict er is, is jammer. Misschien zelfs rottig. Maar het kan ook nuttig zijn. Want het type conflict kan een kerk helpen om zichzelf te vraag te stellen: welk idee over een kerntaak hebben we? Zijn we daar misschien wat te eenzijdig, of te krampachtig mee bezig? Zo kan een conflict nuttig zijn, want het is een spiegel. De spiegel helpt je om te zien of je misschien een beetje doorgeschoten bent in je opvattingen. Is er niks belangrijker dan die ene soort muziek in de eredienst? Waarom? Is die maatschappelijke kwestie werkelijk de moeite waard om verwijderd te raken van elkaar? Misschien wordt het tijd om de bakens wat te verzetten. Of misschien kun je de stress wat opzij zetten en eerst eens aandachtig luisteren naar wat die “buitenstaander” te vertellen heeft.

Ruzie is rottig. Maar soms is ruzie ook nuttig. Want met het inzicht van Becker kan ruzie helpen om opnieuw te ontdekken wat de kerntaak van een kerk is. En daarmee komt weer boven tafel wat dat is in de kerkelijke praktijk: kunnen vergeven, elkaar in wijsheid terecht wijzen, jezelf minder durven achten dan de ander.

Kortom, ruzie in de kerk? Begin er niet aan, zou ik zeggen. Maar als het er is: geen paniek, je komt er verder mee.fighting church peace

Pieter van Winden

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gemeenteadviseur en interimpastor, verschillende begeleiders op een nieuwe weg


Blog van interim predikant Martin de Jongon the road

Een gemeente in verandering, is een gemeente op reis. Op reis naar een nieuwe gestalte, een nieuwe vorm, een nieuw ‘land’. Een gemeente heeft in haar leven vele begeleiders gekend en in verschillende rollen. De kunst is deze begeleiders op de goede momenten in te schakelen. Als interimpredikant werk ik zo nauw samen met de gemeenteadviseurs.

Verschillende rollen in begeleiding

In de theorie van de geestelijke begeleiding worden verschillende personages onderscheiden, die een gelovige kunnen begeleiden op haar pad naar geestelijke groei en bestemming. Ik noem de initiator, de mens die de eerste prikkel geeft om op weg te gaan. Ik noem de wegwijzer die je op jouw eigen tijd om raad kunt vragen. Ik noem de tegenstrever. Iemand die je doelbewust je angsten voorhoudt en die beren op de weg zet. Om ze zo te leren kennen en te kunnen hanteren. Ik noem de gids. Iemand die je, op jouw verzoek, begeleidt. Daar waar jij de weg niet weet, maar waar je wel wilt gaan. Ik noem de priester. Degene, die met jou eindpunt, doel en zin van de onderneming vaststelt. De mens, die een weg voor je ziet en je helpt het pad te kiezen en daadwerkelijk op weg te gaan. Ik noem de metgezel, degene die een tijd met je oploopt, met je in gesprek gaat, je verlangen en moeiten deelt. Ik noem de wijze, een men

Dit onderscheid in rollen is ook bruikbaar in de begeleiding voor een gemeente op reis naar een nieuwe bestemming, vorm en gestalte.

Twee praktijkvoorbeelden

Een gemeente ontstond uit een fusie van verschillende dorpskerken. De nieuwe streekgemeente liep vast in het zoeken naar vorm en omgang. Het moderamen bepaalde een vorm van liturgie voor alle dorpen. De meeste dorpskerken vonden het prachtig, voor anderen voelde het als een harnas. Er ontstond een negatieve sfeer.

Als interimpastor kreeg ik de taak de gemeenten weer met elkaar om tafel te krijgen. Wat bleek: doel van de fusie – ‘samenwerken waar mogelijk’ – werd gedeeld, maar de eenduidigheid in liturgische vorm werd afgewezen. We stelden met elkaar vast dat verschillende vormen mogelijk moeten zijn. Dit inzicht wilden wij zwart op wit zetten in een huishoudelijk reglement, zeg: routekaart.

Wie moest dit doen? Ik was in de rol van reisgenoot gekomen. Ze wilden op dit punt graag de begeleiding van de ‘oermoeder’. De man die met hun de weg naar de streekgemeente had bereid, de regionaal adviseur classicale vergaderingen (racv). Deze racv begreep mijn rol en die van hem en maakte met ons een prachtige routekaart voor de volgende etappe. Daarna liep ik concreet weer een stuk met de gemeente mee.

Een andere gemeente liep vast in de organisatie van haar pastoraat. In haar systeem van categoriaal bezoek, wijken met contactpersonen, waren drie van de tien wijken totaal vacant, in de meeste andere wijken zou de vergrijzing spoedig haar tol eisen en dan zouden vele wijken zonder vaste bezoekers zitten. Tot overmaat van ramp zou de nieuwe predikant niet voor 100 maar voor 70 procent worden aangenomen. De oude predikant had bovenstaand hiaat opgevuld door zelf veel te bezoeken. Hoe verder?

Twee afwegingen stonden centraal. De nieuwe predikant zou worden aangenomen, niet direct in een uitvoerende rol, maar in een coachende rol. Hij zou meer als gids gaan optreden. Dus nog minder bezoekuren. Een andere constatering was dat veel mensen, vooral de jongeren, geen vaste bezoeker wensen. Zij vinden dit betuttelend. Ze willen graag zelf aan de bel trekken als bezoek nodig is. Wel worden zij graag goed voorgelicht.

De kerkenraad besloot een werkgroep pastorale vernieuwing in te stellen. De werkgroep voelde zich ontheemd en besloot een wijze moeder om raad te vragen, om een reisplan. Zij herkenden de gemeenteadviseur in deze rol. Zij zat de werkgroep in de route-ontwerpfase voor. Als interimpredikant nam ik zitting in de werkgroep. Ik zag mezelf in de rol van metgezel, tegenstrever en priester.

Werkgroep en interimpastor zijn nu daadwerkelijk op weg. Ik leid de werkgroep naar de volgende etappes, als een gids. De gemeenteadviseur wordt op initiatief van de leden op afspraak in haar wijsheid geraadpleegd.

Martin de Jong, september 2013

Geplaatst in geloof, gemeenteopbouw, predikant | Tags: , , , , , , , , , | 2 reacties

ZOVEEL HOOFDEN ZOVEEL ZINNEN OF: … SAMEN STERK?


competition of cooperationWie in de kerk werkt, kent ze. Gemeenten, waar zo op het oog alles (nog) redelijk functioneert en waar ‘’opeens” problemen ontstaan.

Mag ik voorstellen: een niet al te kleine gemeente met een monumentaal kerkgebouw en een creatieve predikante, rond de eeuwwisseling voor 100% van de werktijd beroepen. Het gemeenteleven lijkt redelijk georganiseerd al worden gemeenteavonden al jaren niet meer gehouden. Na adviezen tijdens de reguliere visitatieronde is men een jaar of vier geleden overgegaan op het ‘’kerkenraad met werkgroepenmodel’’. De voorzitster van de grote en kleine kerkenraad is afkomstig uit de politieke wereld en trad twee jaar geleden aan – zonder ervaring in het kerkenwerk. De leden van het College van Kerkrentmeesters draaien al jaren mee in het kerkelijk bedrijf, terwijl ze in het bedrijfsleven hun brood hebben verdiend. Ze zijn zenuwachtig geworden, want sinds kort blijken zwarte cijfers op kerkelijke begroting en jaarrekening niet meer haalbaar.

En dan geldt ook hier: krimp leidt tot kramp. Onderlinge verhoudingen in de kleine kerkenraad komen danig onder druk te staan. Zo zelfs, dat communicatie nauwelijks meer mogelijk is. Diverse ambtsdragers willen niet meer samen om de vergadertafel zitten. De voorzitster besluit tot een onorthodoxe maatregel, die niet naar de letter en nog minder naar de geest van de kerkorde is. Gemeenteleden weten van niets.

Zo komt het tot een heet conflict met als gevolgen:

– buitengewone visitatie, met alle confrontaties van dien tussen partijen

– procedure bij het Regionale College Bezwaren en Geschillen vanwege de onorthodoxe maatregel

– procedure volgens art. 20-5 Generale Regeling Rechtspositie Predikanten, dat wil zeggen  een soort curatele voor  2 jaar om financieel orde op zaken te stellen

– procedure bij Regionale College voor het Opzicht, ingezet door een ambtsdrager tegen collega-ambtsdragers

– een beroep voor de predikante, die dit aanneemt

– een vacante gemeente

– het besef bij sommigen dat de structuur van grote en kleine KR contraproductief is

– allerlei communicatiestoornissen

– geschokte gemeenteleden, die tegelijk veerkracht tonen

 

Het ziet ernaar uit, dat deze gemeente de komende tijd vele helpers over de vloer krijgt. Ik noem:

– consulent

– gastpredikanten en emeritus predikant voor pastorale zorg in urgente situaties

– Breed Moderamen Classicale Vergadering, incl. de Regionaal Adviseur Classicale Vergaderingen

– gemeente-adviseur met het oog op gemeente-opbouw, incl. toenadering tot buurgemeenten

– leden van het Regionale College Behandeling Beheerszaken en Gemeenteadviseur Kerkbeheer

– interim predikant

 

Laten we op de positie van de interim-predikant (IP) nader inzoomen. Wat gaat de IP tegenkomen?

Om te beginnen komt het idee om een IP in te schakelen niet uit de gemeente of kerkenraad. Alle betrokkenen van buitenaf zien haar wel zitten. De (voorzitster van de ) kerkenraad ziet de komst van de IP vooral in het kader van het herstellen van de financiële orde, ook al wijzen de adviezen op een bredere context. En dus: welke vraag krijgt de IP te horen en welke opdracht wordt in eerste instantie geformuleerd voor haar werk – en door wie? Het zal spannend worden, wanneer de IP aan een eigen intake begint om een plan van aanpak te kunnen schrijven.

Ik zie nog een ander aspect: welke helpers groot van kracht verschijnen allemaal op dit toneel? Sommigen professioneel gevormd, anderen vrijwillig ingezet? En hoe verhoudt de IP zich tot hen?  Wordt het: zoveel hoofden, zoveel zinnen? Of lukt het om iedereen op hetzelfde spoor te krijgen onder het motto: samen sterk? En wie doet dat dan, ofwel: wie heeft de regie?

Het komt me voor, dat dit aspect in de IP-opleiding tot nu toe nog niet zoveel aandacht heeft gekregen. Ik voorzie, dat de toenemende krimp en bijbehorende kramp binnen de kerk steeds meer helpers/adviseurs op de been zullen brengen. En dat daardoor een geïntegreerde aanpak met de dag belangrijker wordt. Een gezamenlijk gedragen visie in een proces dat zal leiden tot een kleinere, financieel gezonde en geestelijk vitale gemeente. Iedereen kan hieraan vanuit eigen professionaliteit en competenties meewerken. Dit vraagt om effectieve samenwerking met een regelmatige, afstemming. Het vraagt daarnaast om heldere afspraken over de regie van dit proces.

Ik vraag me wel eens af, of iedere helper zich voldoende bewust is van eigen taken en competenties. Het is de bedoeling elkaar aan te vullen om zo tot een optimaal resultaat voor de gemeente te komen. Dus geen concurrentie of doublures. Ook geen overmaat aan predikanten, die hun eigen ding komen doen. En vooral geen machtsstrijd tussen formele en informele leiders.

Waar het wél om gaat: ieder laten doen waar zij goed in is. Wat is het eigene van de gemeente-adviseur? Wat kan een BM-CV overlaten aan de adviseurs en waar ligt de eigen (kerkordelijke) kracht? Wanneer komt de consulent precies in beeld?  Op grond waarvan komen de financiële adviezen tot stand? Hoe begeleidt de IP de kerkenraad, inclusief de voorzitster? Gaat de IP ook kerkdiensten leiden en pastoraat plegen? Wie let op het huidige en toekomstige beleid van de gemeente?

Zeker weten: dit wordt voor de IP een flinke klus. En ook zeker weten: iedere helper is betrokken en bedoelt het goed. Maar: hoed u voor de woelingen van de goede bedoelingen!

Kort door de bocht gezegd: wordt het tegenwerken of meewerken? Competitie of competentie?

Wie het weet, mag het zeggen!

ds. Sophie Bloemert, deelneemster aan de pilotopleiding IP 2004-2006

Geplaatst in crisis, geloof, gemeenteopbouw, leiderschap, pkn, predikant | Een reactie plaatsen

Interim predikant, een beschermde titel?


InterimMinistryIedere predikant kan zich interimpredikant noemen. In de praktijk gebeurt dat ook. Even invallen in een verzorgingshuis? “We hebben een interimpredikant”, wordt dan gezegd. Een paar maanden bijspringen in het pastoraat? “Als interim predikant hebben we mevrouw x gevonden.”

Interimpredikant is geen beschermde titel. Op zich is dat geen probleem. Van broodnijd is geen sprake. Iedere gemeente of kerk is vrij om te werken met wie men wil. Het enige probleem is dat interimpredikantschap ook een vak is. juist als InBetween houden we dat vak hoog. We vragen van de leden een postacademische specialisatie opleiding. Onze leden doen verplicht mee aan intervisie. Er wordt middels studiedagen en het aanbieden van cursussen in samenwerking met de PthU en de Orde van Organisatie Adviseurs gewerkt aan een voortdurend aanbod gericht op profesionalisering. De ene interimpredikant is de andere dus niet en niet alle hondjes heten Fikkie, als het goed is. Om wille van de kwaliteit is het toch te overwegen om van interimpredikant een beschermde titel te maken.

Hoe gaat dat elders? Bij de Unitarische kerk in de VS bijvoorbeeld is de interimpredikant een beschermde titel voor een predikant die in de vacaturetijd met een gemeente een verplicht transitietraject doorloopt. Hier is een link naar het bijbehorende handboek.

Geplaatst in geloof, leiderschap, pkn, predikant | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

GENEZING VAN EEN GEWONDE KERK


Een kerk kan gewond raken.

Genezing van een gewonde kerk

Genezing van een gewonde kerk

Bij een fusie ontstaat een conflict over kerkgebouwen. Tot bij de rechter vechten ze het uit. Dat slaat diepe wonden. Persoonlijk tast het mensen aan. Maar ook zo’n kerk raakt gewond. Want er komt twijfel aan de geloofwaardigheid van dit geloof. Sommigen vragen zich af, wat vergeving of de liefde van Christus nog betekenen in zo’n kerk.

Of als een geestelijke of leider seksueel misbruik pleegt. Ook dat slaat wonden. In de eerste plaats bij de slachtoffers. Is er oprechte zorg voor slachtoffers? Is er passende aanpak en begeleiding van de dader? Ook de betreffende kerk is gewond. Ook bij hen die niets met het misbruik te maken hebben is het vertrouwen in kerk en geloof beschadigd.

Soms kan een interim predikant in zo’n situatie werken aan genezing. Juist als buitenstaander. Hoe gaat dat?

Het begint en eindigt met integriteit. Dat is secuur werk. Het gaat eenvoudig om betrouwbaarheid in afspraken. Om dagelijkse toewijding in aandacht voor mensen. Om helderheid in procedures. Om correcte communicatie. Want kleine fouten, zwakheden, of alledaagse tekortkomingen, die zouden worden aanvaard in een omgeving van vertrouwen, roepen noodsignalen en zelfs pijn op in een gewonde kerk. Hoge doelen of strategische overwegingen helpen een gewonde kerk niet verder.

Die integriteit haalt een interim predikant niet alleen uit zichzelf. Het kan alleen gebaseerd zijn op een integer geloofsleven. Voor mijzelf staat hierin het geloof in Jezus Christus centraal, die na zijn lijden en na zijn dood, opgewekt wordt uit de dood en zegt: vrede zij met jullie. Die vrede kan de interimpredikant inspireren tot integriteit. Eén van de valkuilen waar een interim predikant in kan vallen is het problematiseren van een kerk, of van het overreageren of de gevoeligheden in een gewonde kerk. Een houding van niet-angstige betrokkenheid, van vrede dus, is geboden. De vrede die Christus belichaamt.

Op die manier is integriteit de lange weg van het herstel van geloofwaardigheid in een gewonde kerk. Dit herstel kan leiden tot een versterking van een kerk. Genezing kan immers groei van geloofwaardigheid betekenen. Juist wie vanuit integriteit de verwondingen doorstaat, laat zien hoe genezend het geloof kan zijn in de opgestane Heer.

Pieter van Winden

Geplaatst in crisis, geloof, leiderschap | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Kronkel in kerkorde PKN geeft problemen in grotere gemeenten


Getrouwtrek

Getrouwtrek

Menige kerkelijke gemeente met wijkgemeenten heeft last van de gevolgen van een springend punt in de kerkorde.
In een gemeente met wijkgemeenten (WK’en) komt het de laatsten toe om de taken van een gemeente te behartigen. De algemene kerkenraad (AK) draagt verantwoordelijkheid voor vermogensrechtelijke aangelegenheden. Daarnaast heeft de AK een coördinerende taak om te komen tot samenhang in beleid tussen de WK’en. Deze laatste taak kan de AK slechts in overleg met de WK’en uitoefenen.
De kerkorde hinkt ten aanzien van dit laatste punt op twee gedachten. De wijkgemeenten zijn voor de kerkorde de ‘eigenlijke gemeenten’. Vanuit de wijken zou het beleid moeten opkomen voor het grote geheel. Maar de AK bestaat uit wijkkerkenraadsleden die op AK-nivo vergaderen zonder last of ruggespraak.
De kerkorde voorziet niet in de lacune die zo ontstaat: wijken kunnen op deze wijze formeel geredeneerd geen directe invloed uitoefenen op het AK-beleid. Ordinantie 4-9-4 zegt slechts dat aan de AK wordt toevertrouwd het “overleg met de wijkkerkenraden over de taak en de samenwerking van de delen in het geheel van de gemeente.” Deze formulering is mijns inziens te vaag en te algemeen om de genoemde lacune goed op te vangen. Het lijkt aantrekkelijk om de oplossing hiervoor aan de gemeenten zelf over te laten, maar er zijn te veel voorbeelden te vinden van gemeenten waarin dit niet op een goede manier wordt aangepakt.
Het in de AK uitgezette beleid wordt vaak gefrustreerd door een (veelal verborgen) belangenstrijd die door AK-leden namens ‘hun’ wijken wordt uitgevochten. Deze situatie verlamt het besluitvormingstraject in de AK, en vormt een belemmering bij veranderingen.

Er is echter een betrekkelijk eenvoudige overlegvorm denkbaar die deze lacune op structurele wijze aanpakt zonder dat er een vergadercircus bij komt. Deze overlegvorm biedt ruimte om opvattingen onderling te delen, draagvlak te creëren voor adviezen richting de AK en het betrekken van de context bij het werk van de AK.

De overlegvorm kan gestalte krijgen in een platform waarin alle moderamina van de WK’en zijn vertegenwoordigd met twee leden. Eén van deze twee leden is in ieder geval de voorzitter van de betreffende wijkkerkenraad.
De moderamenleden hebben zitting in het platform met last en ruggespraak. De belangen van de wijken worden op deze manier effectief met elkaar gedeeld.
Daarentegen heeft het platform geen beslissingsbevoegdheid – die berust bij de WK’en voor de ‘eigenlijke gemeenten’ en bij de AK voor die zaken die de eigen verantwoordelijkheid van de AK vormen.
Het platform wordt samengeroepen en voorgezeten door het moderamen van de AK. In zijn samenstelling biedt het platform een goed vertrekpunt voor het creëren van draagvlak voor beleid en veranderingen. Bovendien kunnen op deze manier de wijken effectief opvattingen ten aanzien beleid en veranderingen met elkaar delen en zelf – vanuit het werk aan de basis van de wijkgemeenten – contouren schetsen van de toekomst van de gemeente. Deze schetsen kunnen door het moderamen van de AK als weloverwogen en gemotiveerd advies worden ingebracht in de AK.
De besluitvorming blijft bij de AK, en zij kan daarin haar eigen verantwoordelijkheid nemen, door bv. oog te houden voor het bestaansrecht van minderheden.

Indien AK en WK’en komen tot het opzetten van een dergelijk platform kunnen zij laten zien dat het hen ernst is door vergaderingen van de algemene kerkenraad en van het platform elkaar beurtelings te laten afwisselen. Als normaal op jaarbasis de AK 10 maal vergadert zou een nieuw vergaderschema kunnen voorzien in 6 AK-vergaderingen en 4 vergaderingen van het platform.

Op deze wijze komen de verschillende moderamina beter tot hun recht in hun onderscheiden verantwoordelijkheden. Het moderamen van de AK verzorgt de communicatie tussen de beide gremia. De moderamenleden van de WK’en verzorgen de communicatie met de achterban.

Februari 2013, Nico de Lange

Geplaatst in crisis, gemeenteopbouw, pkn, predikant | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Geestelijk leiderschap en participerend leiderschap


Op donderdag 7 februari 2013 organiseert het werkverband haar eerste werkdag in het nieuwe jaar. Het ochtendprogramma wordt opnieuw verzorgd door associés van Martine v.d. Bosch: Hanneke Elich en Koen van der Drift.

Nadere informatie over dit boeiende ochtendprogramma vindt u in de flyer.

Geplaatst in leiderschap | Een reactie plaatsen